
Als we naar buiten kijken, zien we geen begin.
We zien rust. Stilte. Terugtrekking.
De natuur slaapt.
Eeuwenlang begon een nieuw jaar niet in januari,
maar wanneer het licht terugkeerde — rond de lente-equinox.
Wanneer dag en nacht weer in balans waren.
Wanneer de aarde opnieuw begon te ademen.
Onze maanden vertellen dat verhaal nog steeds.
September, oktober, november, december —
ze betekenen letterlijk: zeven, acht, negen en tien.
Alleen kloppen ze niet meer, omdat het jaar ooit is verschoven.
Niet door natuur.
Maar door macht en administratie.
Oorspronkelijk werd tijd bepaald door de maan.
Door cycli. Door ritme.
Niet door een datum midden in de winter.
Misschien is het daarom zo bevreemdend
om “gelukkig nieuwjaar” te zeggen
terwijl alles buiten in rust is.
Misschien begint het nieuwe jaar niet op 1 januari.
Maar wanneer het leven weer begint.
Tussen eind maart en begin april.
Wanneer de aarde opnieuw ontwaakt.
Dat is geen geloof.
Dat is logica.


